Het probleem vandaag is niet zozeer de technologie, maar het feit dat mensen niet of onvoldoende begrijpen wat AI kan, wat het niet kan, hoe je het stuurt, en wanneer je het moet corrigeren.
We experimenteren allemaal met ChatGPT, Gemini of een ander Large Language Model en we denken dat we AI begrijpen. Dat we er mee overweg kunnen. Je kent het wel. Je typt wat in de menubalk, je kijkt wat eruit komt, je past een beetje aan, je probeert opnieuw. Soms werkt het verrassend goed. Soms krijg je rommel. En vaak zit het ergens tussenin. En dat is prima, want zo leer je AI kennen en ontdek je de mogelijkheden. Maar van die probeersels naar het professioneel werken met AI, dat is een grotere stap dan velen denken.
Eerst was er de openingsspeech van de rector aan de Gentse universiteit, opgesmukt met verzonnen citaten van grote denkers, maar verzonnen door een AI-tool. “Een pijnlijk verhaal” en “genant“, noemde de voormalige rector van de KU Leuven, Rik Torfs, de speech van Petra De Sutter. Hij had het over de trots van universiteiten om erudiet over te komen, met veel citaten van beroemdheden uit het verleden. Hij legde uit dat hij zelf ook AI gebruikt, maar zeer voorzichtig en zeker bij citaten.
En toen ontdekte VRT NWS dat 7 citaten in Torfs’ nieuwste boek ‘Waarheid‘ ook niet bleken te bestaan. Geen uitspraken van Feyerabend, Camus of Kierkegaard,… En daarbovenop refereert de literatuurlijst ook nog eens naar enkele fictieve bronnen. Hallucinaties van AI? Of hallucinaties van Rik Torfs?
De professor zegt dat hij te veel op zijn geheugen vertrouwde. Dat de literatuurlijst onder tijdsdruk tot stand kwam. Dat het geen letterlijke citaten zijn, maar parafrases in “dichterlijke vrijheid”. De aanhalingstekens zullen worden verwijderd. Aldus Rik Torfs. Voor sommige academici zijn de grote denkers uit het verleden blijkbaar niet langer bronnen van wijsheid, maar intellectuele accessoires.
Petra De Sutter verklaarde dat ze nu weet dat er auteursrechtelijke beperkingen in de AI-systemen zijn ingebouwd. Ze zouden geen letterlijke citaten of tekstfragmenten kunnen genereren. Dit lijkt meer op een zoektocht naar een geloofwaardig excuus of het getuigt van naïviteit. Aan diezelfde universiteit heb ik van een professor mediarecht ooit geleerd dat er zoiets bestaat als citaatrecht. Het citaat moet letterlijk, onveranderd, in de juiste context, met bronvermelding en auteursnaam worden weergegeven. Geen volledige werken of substantiële delen ervan. AI modellen hebben inderdaad ingebouwde barrières en weigeren dienst als je een volledige songtekst, artikel of boekfragment vraagt. Maar citaten volledig weren?
Moeten we opkijken naar academici die de schuld bij de technologie leggen, naar emeritus-professoren die boeken schrijven met verzonnen citaten en denken dat het wel ok is als je de aanhalingstekens weghaalt? Stopt hun kritisch denken en wetenschappelijke integriteit wanneer de deadline voor een speech of de publicatie van een boek nadert. We corrigeren wel bij de vierde druk.
Of is het echte probleem een gebrek aan AI-geletterdheid? We hebben al mediawijsheid, maar er is duidelijk ook dringend nood aan AI – wijsheid.
En het begint al in onze scholen. Terwijl directies discussiëren of leerlingen wel of niet met AI-tools mogen werken, zit AI al op onze schoolbanken. Leerlingen laten hun huiswerk schrijven door een chatbot. Ze maken hun presentaties met Gamma en hun samenvattingen met ChatGPT. Ze studeren met flashcards gemaakt door Notebook LM en ze laten AI een leuke quiz opstellen over de slag van Waterloo. Je kan jongeren niet weghouden van deze technologie.
Sommige scholen omarmen AI al met beide armen. Andere scholen proberen het te weren. Uit angst of onwetendheid? Want veel leerkrachten – en ook de meeste ouders – begrijpen nauwelijks hoe AI werkt. Ze weten dat het iets met algoritmes te maken heeft. Maar hebben geen flauw idee wat AI allemaal kan of niet kan. En dat is problematisch. Want hoe kun je kinderen kritisch leren omgaan met een technologie die je zelf nauwelijks begrijpt?
Het probleem met AI is niet de technologie, maar wel dat we AI-systemen niet begrijpen Daarom moet AI wijsheid een basisvaardigheid worden, net zo essentieel als lezen, schrijven en rekenen.
En toch. Sommige directies proberen AI te weren en blokkeren ChatGPT op het schoolnetwerk. Leerkrachten geven een nul omdat ze vermoeden dat leerlingen hun opstel door een chatbot lieten schrijven. Ze vinden dit valsspelen, net als spieken. Dus een nul. En ik begrijp het. Want hoe evalueer je nog eerlijk als je niet meer weet wat door de leerling is geschreven en wat door een chatbot? Maar leerkrachten moeten niet als detectives proberen te achterhalen of een leerling ChatGPT heeft gebruikt. Ze moeten leerlingen helpen AI te gebruiken, te interpreteren en kritisch te evalueren. Misschien worden ze ooit rector van een universiteit of professor.
Dat betekent andere opdrachten. Taken waarbij ze leren dat AI niet denkt zoals wij. Dat het geen slimme medeleerling is. Dat ChatGPT hun vraag niet echt begrijpt, maar dat het voorspelt welk woord statistisch gezien het best past na het vorige woord. Niet meer, niet minder. Als ze dat eenmaal doorhebben, dan kan je hen de output kritisch leren te bekijken. Je moet hen duidelijk maken dat ze niet blind mogen accepteren wat de AI hen voorschotelt. Want AI liegt. Niet met opzet maar het fabriceert met het grootste gemak complete onzin die volkomen geloofwaardig klinkt. AI-systemen stapelen de vooroordelen op omdat ze dit uit hun trainingsdata halen. Niet alle dokters zijn witte mannen en niet alle verpleegsters zijn vrouwen, zoals de AI beeldgenerator hen toont.
Sommige scholen discussieren over wanneer kinderen oud genoeg zijn voor AI. Terwijl ze eigenlijk moeten nadenken over hoe zorgen we ervoor dat kinderen AI-wijs worden. Jonge kinderen hoeven ChatGPT niet te gebruiken om te leren over datasets en patronen. Laat hen ontdekken wat het betekent als een algoritme bepaalt welke video’s ze op TikTok zien. Laat ze nadenken over wat er gebeurt met hun gegevens als ze een AI-app gebruiken? Die vaardigheden – kritisch denken over data, over AI, begrijpen hoe algoritmes je iets kunnen wijsmaken – dat zijn de bouwstenen van AI-wijsheid. En die basis kan je al vanaf de lagere school opbouwen. Laat leerlingen eens een verhandeling schrijven met chatGPT, maar laat hen het resultaat zelf evalueren. “Klopt dit? Waar haalt het systeem deze informatie vandaan? Welke invalshoeken ontbreken? Welke vooroordelen zitten erin verwerkt?”
Scholen sturen hun leerkrachten naar wel eens naar een AI-workshop. Daar krijgen ze dan een PowerPoint over neurale netwerken, LLM en machine learning. Maar AI-geletterdheid ontwikkel je niet alleen in een workshop. Je ontwikkelt het door te doen, door te experimenteren, door fouten te maken en daarvan te leren. Het is een proces van continu leren want AI verandert. Toepassingen evolueren. Wat vandaag niet kan, kan morgen misschien wel. Geen eenmalige presentatie tijdens een pedagogische studiedag, maar doorlopende ondersteuning.
Maar dan moeten beleidsmakers investeren in AI wijsheid. En ook elke school, elke directie, elke leerkracht. Elke universiteit, elke rector en elke professor. En we moeten vooral onszelf toelaten om te leren. Om te experimenteren. Om fouten te maken waar we van leren. Geen fouten die we proberen weg te zetten met uitvluchten over dichterlijke vrijheid, technische beperkingen of tijdsdruk.
Het vraagt om eerlijkheid. Het vraagt om AI-wijsheid. We zijn er nog niet. Dat is wel duidelijk.
